Nieuws

shutterstock_2759599271.jpg

Inhoudingsplicht uitgebreid vanaf 30 oktober 2026: wat betekent dit voor uw onderneming?

Doet uw onderneming een beroep op een aannemer of onderaannemer voor werken in de bouw- of schoonmaaksector? Dan wordt een correcte controle vóór betaling van de factuur vanaf 30 oktober 2026 nog belangrijker.

Naast fiscale schulden bij de FOD Financiën en sociale schulden bij de RSZ kunnen vanaf dan ook sociale schulden in het kader van het sociaal statuut van zelfstandigen aanleiding geven tot een verplichte inhouding op de factuur.

 

Wat verandert er?

De inhoudingsplicht bestaat vandaag al voor bepaalde fiscale en sociale schulden. Vanaf 30 oktober 2026 wordt daar een bijkomend luik aan toegevoegd: schulden die verband houden met het sociaal statuut van zelfstandigen.

Wanneer uw aannemer of onderaannemer dergelijke schulden heeft en daardoor onder de inhoudingsplicht valt, moet u in principe 15% van het factuurbedrag exclusief btw inhouden.

Via Check Inhoudingsplicht kunt u nagaan of een inhouding vereist is en welk percentage u moet toepassen.

 

Voor wie geldt de inhoudingsplicht?

De nieuwe regeling is van toepassing op opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers die werken in onroerende staat laten uitvoeren. Het gaat in het bijzonder om activiteiten binnen de bouw- en schoonmaaksector.

U hoeft dus zelf niet actief te zijn in de bouwsector. Ook een onderneming die bijvoorbeeld een schilder, elektricien, dakwerker of schoonmaakbedrijf inschakelt voor werkzaamheden die onder het toepassingsgebied vallen, kan met de inhoudingsplicht geconfronteerd worden.

Een particulier die uitsluitend voor privédoeleinden werken laat uitvoeren, valt niet onder deze verplichting.

 

Welke sociale schulden komen in aanmerking?

Voor de toepassing van de nieuwe inhoudingsplicht kunnen onder meer volgende schulden in aanmerking worden genomen:

  • vervallen sociale bijdragen van zelfstandigen en bepaalde bijkomende kosten;
  • bepaalde administratieve geldboeten;
  • bedragen waarvoor een rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk is voor schulden van vennoten of mandatarissen;
  • bedragen waarvoor een zelfstandige hoofdelijk aansprakelijk is voor schulden van zijn helper;
  • de verschuldigde jaarlijkse vennootschapsbijdrage en bijhorende kosten.

Niet iedere openstaande schuld leidt automatisch tot een inhouding. Voor 2026 geldt een geïndexeerde drempel van € 2.647. Ook schulden waarvan de betalingstermijn nog niet verstreken is of waarvoor een correct nageleefd afbetalingsplan bestaat, worden in principe niet meegerekend.

De invoering gebeurt bovendien gefaseerd, waarbij eerst ondernemingen met de grootste samengevoegde sociale schulden worden geviseerd.

 

Hoe controleert u de inhoudingsplicht?

Voor u een factuur betaalt, controleert u de betrokken aannemer of onderaannemer via www.checkinhoudingsplicht.be aan de hand van het ondernemingsnummer.

De toepassing geeft aan of een inhouding noodzakelijk is en welk percentage moet worden toegepast.

Een controle uit het verleden volstaat niet altijd. De situatie van een onderneming kan wijzigen. Maak er daarom een vaste gewoonte van om de controle uit te voeren vóór iedere betaling.

Bewaar ook het bewijs van de uitgevoerde controle bij uw boekhoudkundige documenten. Zo kunt u achteraf aantonen dat u de nodige verificatie heeft uitgevoerd.

 

Hoeveel moet u inhouden?

Voor sociale schulden in het kader van het sociaal statuut van zelfstandigen bedraagt de inhouding 15% van het factuurbedrag exclusief btw.

Daarnaast kunnen ook andere inhoudingsverplichtingen spelen:

  • fiscale schulden: 15%;
  • sociale schulden bij de RSZ en/of bepaalde fondsen: 35%;
  • sociale schulden in het kader van het sociaal statuut van zelfstandigen: 15%.

De totale inhouding kan echter nooit hoger zijn dan 50% van het factuurbedrag exclusief btw.

Wanneer bijvoorbeeld al een inhouding van 35% voor RSZ-schulden én 15% voor fiscale schulden van toepassing is, wordt de bijkomende RSVZ-inhouding tijdelijk geneutraliseerd. De toepassing Check Inhoudingsplicht houdt hiermee rekening en toont het percentage dat u effectief moet toepassen.

 

Hoe verloopt de invoering?

Het RSVZ start vanaf 1 oktober 2026 met het versturen van waarschuwingsbrieven aan ondernemingen die mogelijk onder de nieuwe inhoudingsplicht zullen vallen.

Zo krijgen betrokken ondernemingen eerst de mogelijkheid om hun situatie te regulariseren, bijvoorbeeld door de openstaande schulden te betalen of een afbetalingsregeling te treffen.

De eerste effectieve inhoudingen in het kader van het sociaal statuut van zelfstandigen kunnen vanaf 30 oktober 2026 plaatsvinden.

 

Wat als u de inhouding niet uitvoert?

De controle vóór betaling is geen vrijblijvende formaliteit.

Wanneer u de verplichte inhouding niet toepast, kan het RSVZ een administratieve geldboete opleggen van 15% van het totale factuurbedrag. Voor 2026 bedraagt deze boete maximaal € 10.578,23.

Een correcte interne procedure is daarom belangrijk, zeker voor ondernemingen die regelmatig samenwerken met aannemers en onderaannemers.

 

Wat kunt u vandaag al doen?

Wacht niet tot 30 oktober om uw werkwijze aan te passen. Breng nu al in kaart voor welke leveranciers en onderaannemers de inhoudingsplicht relevant kan zijn.

Zorg er vervolgens voor dat vóór iedere betaling systematisch een controle via Check Inhoudingsplicht gebeurt en dat het resultaat daarvan wordt bewaard.

Werkt u met een aankoop- of goedkeuringsprocedure? Dan is het aangewezen om deze controle als vaste stap in het betalingsproces op te nemen.

CICA helpt u graag verder

De uitbreiding van de inhoudingsplicht zorgt voor een bijkomende verantwoordelijkheid bij ondernemingen die een beroep doen op aannemers en onderaannemers.

Twijfelt u of bepaalde werkzaamheden of leveranciers onder de regeling vallen? Of wilt u nagaan hoe u de controle praktisch in uw administratie kunt integreren?

 

Neem gerust contact op met CICA. Samen bekijken we hoe u uw betalingsproces correct organiseert en onaangename verrassingen vermijdt.

Gesprek laden